Scheppingsverhalen

de geestelijke vermogens en het verstand zijn alleen van nut als die in een open toestand functioneren
de geestelijke vermogens  zijn alleen van nut als de geest in een open toestand functioneert

The mind is like a parachute.It only functions as intended, and for us ,when in a fully open state.

God

God is een begrip, dit begrip staat voor volmaaktheid of een volmaakt wezen en alles wat automatisch (lees logischerwijs) uit volmaaktheid voortvloeit.

God staat ook voor de oorzaak van letterlijk alles.

God is ook een concept, meerdere ideeën en denkbeelden die aan elkaar gerelateerd zijn en die bestaan in het bewustzijn, een concept om onszelf en onze omgeving in de ruimste zin van het woord, in absolute zin te kunnen verklaren.

God is ook de eigennaam welke mensen hebben gegeven aan een volmaakt wezen of de soortnaam welke mensen hebben gegeven aan volmaakte wezens.

Ontstaan God

God, uit de scheppingsverhalen,  komt voort uit het bewustzijn van mensen en de behoefte om zichzelf en alles wat zij buiten zichzelf waarnemen in diepere zin te kunnen verklaren. Vragen als wie of wat de mens is? Als de mens meer is dan het fysieke lichaam of niet. Waar de mens vandaan komt en als de mens ook een ander doel en reden heeft naast de wereldse doelen. Wat het universum is. Als er daarin nog meer wezens zijn die vergelijkbaar zijn met mensen. Als er daarin nog meer bewoonde gebieden zijn. Verder is het ontstaan van god ook een poging om onrecht, wreedheid, lijden, ziekte, ongeluk, de dood, ongelijkheid enz, enz te verklaren en een plaats te geven.

Scheppingsverhalen

Mensen zijn tot de conclusie gekomen dat er een ander groter iets dan hen moet bestaan omdat zij zich bewust waren van zichzelf en hun omgeving, en zich afvroegen hoe het allemaal was ontstaan en wat het doel daarvan was. Mensen konden sommige zaken niet verklaren en die werden dan toegeschreven aan een ander wezen of wezens buiten de mens zelf, een god of goddelijke wezens. Mensen hadden daarnaast ook goddelijke wezens nodig vanwege hun menselijke angsten en onzekerheden.

de Bijbelse God
de Bijbelse God

Mensen ontwikkelden concepten met betrekking tot het (lees hun) godsbegrip, van hele simpele tot hele complexe. Dit zijn de scheppingsverhalen. Deze scheppingsverhalen, en met name de God of goden die daaruit naar voren kwamen zijn een integraal deel gaan uitmaken, of maakten deel uit van de samenleving (samenlevingen) en maatschappijen, dit zowel voor het bewustzijn ( het bestaande gedachtegoed) van die samenlevingen, en voor de samenleving in haar materiële manifestatie, de inrichting van de samenleving.

Scheppingsverhalen

slavernij van inheemsen door inheemsen (Azteken) - het offeren van een slaaf
Azteken offeren een slaaf  (lees ander mens) aan hun God, deze wilde dit , in hun beleving, volgens hun scheppingsverhaal

 

 

 

 

 

 

Er zijn en waren net zoveel scheppingsverhalen als er volkeren zijn of waren. De Azteken in het huidige Mexico hadden scheppingsverhalen , de oorspronkelijke bewoners van hetgeen nu noord Amerika is, de oorspronkelijke bewoners van Australië hadden dit, de Grieken en Romeinen uit de oudheid, mensen in Ghana hadden dit, het joodse volk, de Noormannen, mensen in India, enz, enz.

Al deze goden waren en zijn reëel omdat zij in het bewustzijn van die groepen mensen reëel zijn of waren. De mensen handelden in letterlijke zin naar hetgeen de in hun bewustzijn bestaande goden wensten. Daardoor is er, in relatieve zin echt sprake van een bestaande God, in materiële zin vinden er namelijk handelingen plaats omdat de God dat vindt of wil, daarom is die God reëel.

Azteken offerden mensen omdat dit hoorde bij hun scheppingsverhaal, hun god wilde dit volgens hun scheppingsverhaal en zij voerden dit ook feitelijk uit.

de mens als zondaar
de mens als (zelfbenoemde)  zondaar – christendom

Een christen gelooft ook dat hij of zij een zondaar is en spreekt ook op die wijze over zichzelf en gedraagt zich ook als zodanig, dat hoort bij hun scheppingsverhaal welke in hun bewustzijn als waarheid aanwezig is. Mensen leveren ook strijd met elkaar vanwege hun scheppingsverhaal, het is in hun belevingswereld een realiteit welke het waard is om ervoor te vechten en om anderen ervoor te doden.

Al deze scheppingsverhalen hebben of hadden hun eigen god of goden. Sommige van deze goden bestaan niet meer omdat die volkeren – en hun bijbehorend scheppingsverhaal – niet meer bestaan (uitgeroeid of uitgestorven) of omdat andere volken technologisch verder waren en die volkeren hebben overwonnen en overheerst. Die volkeren zijn dan bekeerd (vrijwillig of gedwongen) en door die bekering heeft hun oorspronkelijke God in hun bewustzijn plaatsgemaakt voor de God van de overwinnaar. In andere gevallen weer moest een god of goden om politieke redenen het veld ruimen voor een andere God. Een heerser veranderde dan om politieke redenen van geloof en zijn volk veranderde dan mee met hem of haar.

De goden van de scheppingsverhalen zijn echter allemaal voor hun macht en bestaan afhankelijk van hun volk. Als het volk er om wat voor reden niet meer is als zelfstandig volk dan verdwijnt ook hun scheppingsverhaal en daarmee de God of goden van het scheppingsverhaal en hun macht.

Deze goden zijn dus allemaal afhankelijke van hun volk voor hun bestaan en macht en daardoor relatieve goden. Van zichzelf bestaan zij niet en hebben zij geen macht, dit ontlenen zij allemaal van een volk. Een volk bepaald ook hoeveel macht een god heeft of goden hebben door het concept van hun scheppingsverhaal.

Scheppingsverhalen in absolute zin

Een absolute God (of goden) zou voor de macht die het bezit nergens van afhankelijk – moeten – zijn, het bezit die macht van zichzelf omdat het macht is. Een absolute God bestaat ook uit zichzelf en zou voor het bestaan van zichzelf nergens van afhankelijk moeten zijn. Een absolute God verdwijnt ook niet, die is namelijk de eeuwigheid zelf en kan dus niet verdwijnen of ophouden te bestaan.

Dit vloeit allemaal voort uit het concept van volmaaktheid welke letterlijk met betrekking tot elk facet van het scheppingsverhaal en de daarbij horende God of goden naar voren moet komen.

Bij de goden van de scheppingsverhalen is dit niet het geval, die voldoen niet aan de bovengenoemde criteria om voor volmaaktheid in aanmerking te komen. Hun bestaan is relatief omdat het afhankelijk is van factoren buiten zichzelf en het zelfde geldt voor hun macht. Dit is allemaal afhankelijk van een volk hun scheppingsverhaal en het bestaan van dat volk , of het bestaan van dat volk als een vrij volk.

De goden van de scheppingsverhalen zijn dus allen onvolmaakt en daardoor geldt dit automatisch ook voor het scheppingsverhaal van die God of goden.

Onvolmaaktheid kan namelijk geen volmaaktheid voortbrengen.

De goden van de scheppingsverhalen zijn daarom geen god of goden gerelateerd aan de absolute betekenis van het woord God.

Overleden goden

Mars - Romeinse God van de oorlog
Mars – Romeinse God van de oorlog, Overleden

Vele goden en hun scheppingsverhalen bestaan in letterlijke zin niet meer. Die bestaan alleen nog maar in figuurlijke zin omdat hun scheppingsverhalen eens geschreven en bedacht zijn. Omdat zij echter geen volgelingen meer hebben, hebben zij hun macht verloren, en door het verlies van hun macht ook hun bestaan, dat laatste hangt namelijk weer af van het hebben van volgelingen.

Die goden zijn dus eigenlijk dood, overleden, verdwenen of opgelost.

De huidige goden en hun scheppingsverhalen hun aanwezigheid komt niet voort uit hun superieure en volmaakte goddelijkheid, maar omdat de volkeren van die scheppingsverhalen waar zij bij hoorden, in technologische zin verder gevorderd waren tijdens hun ontmoeting van andere volkeren , of bloeddorstiger waren, of betere vechters waren, dan volkeren met andere scheppingsverhalen. De eersten hebben de laatsten overwonnen en hun gebieden veroverd. Daarom bestaan sommige scheppingsverhalen en hun goden of god nog steeds en om dezelfde reden bestaan andere scheppingsverhalen en hun bijbehorende God niet meer. De scheppingsverhalen welke nu in actieve zin van invloed zijn op aarde bestaan dus niet noodzakelijkerwijs omdat zij meer in overeenstemming zijn met hetgeen voortvloeit uit volmaaktheid dan de andere scheppingsverhalen van verdwenen of overwonnen volkeren.

Door de overwinning en verovering ( assimilatie) of uitroeiing van het ene volk door het anderen bestaan die goden en hun scheppingsverhalen nog en de andere goden en de daarbij horende scheppingsverhalen niet meer.

Ook dit is echter afhankelijkheid, ook in deze is de God echter – voor zijn of haar bestaan – en zijn of haar macht, afhankelijk van het resultaat welke zijn volk behaalt. Ook deze goden en hun scheppingsverhaal zijn dus ondanks dat zij nog bestaan en ondanks hun “macht” relatief en daardoor onvolmaakt, en daardoor geen God in de absolute zin van de betekenis van het woord.

De scheppingsverhalen zijn niet afkomstig van hetgeen in absolute zin verstaan wordt onder het woord God en de goden van de scheppingsverhalen voldoen niet aan de criteria om als God of een God, naar de absolute betekenis van dat woord aangemerkt te worden.

Een absolute God is namelijk volledig onafhankelijk van alle andere zaken voor zowel zijn of haar bestaan , en voor zowel zijn of haar macht. Een absolute God kan ook niet ophouden te bestaan omdat een absolute God eeuwig is. Dit vloeit allemaal voort uit absolute volmaaktheid.

De scheppingsverhalen kunnen dus niet aangemerkt worden als absolute waarheid en vallen daardoor onder spirituele dwaling of relatieve waarheid.

De gehele hedendaagse maatschappij heeft desondanks, toch dit, zowel in het verleden als in het heden, de scheppingsverhalen en de daarbij horende god of goden, als een van haar grondvesten van ordening van de samenleving.

Onze samenlevingen is dus niet gegrondvest op waarheid maar op spirituele dwaling. In mijn geval de dwaling van het christendom als religie , maar dit geldt op dezelfde wijze ook voor de andere religiën of geloofsovertuigingen en hun scheppingsverhalen indien er sprake is van een afhankelijke god of afhankelijke goden.

Miljarden aardbewoners (lees mensen) hebben echter hun gehele fysieke  bestaan of grote delen daarvan ingericht volgens deze leidraad en houden dit aan voor spirituele waarheid.

Maar zodra er sprake is van een afhankelijke God (in termen van bestaan en macht), is er sprake van (spirituele) dwaling en is deze god of zijn deze goden niet gelijk aan de betekenis van het woord God.

De mensheid is vanuit de geest bezien in grote lijnen dus dwalend omdat dwaling aangehouden wordt als waarheid. Een zelfverzonnen God , en in absolute zin niet bestaande God, wordt beschouwd als hetgeen waar het concept van God in absolute zin voor staat.

 

OIU
Question everyting !!!! Always

Question everything until there are no more questions left to ask. What will remanin is truth, as in the truth.

 

 

  • Gedachten vanuit het Noorden van het Zuiden –

Het woord van God, de Bijbel – Bijbelstudie

Het woord van God, de Bijbel (oude testament)

de bijbel "gods woord"
de bijbel “gods woord”

 

 

 

 

 

 

Bijbelstudie

Volgens het christendom is er een God en de Bijbel (in deze doelend op het oude testament) is zijn exclusieve woord en zijn exclusieve boodschap aan de mensheid. Het woord van God is de bijbel en het woord van God staat alleen in de bijbel aangegeven, dat vinden christenen.

Alle christelijke Bijbelstudies bevestigen dit, studies door gewone christenen, studiegroepen,   en studies door deskundigen met betrekking tot God , de godsgeleerden (theologen).

studie of onderzoek

Een echte studie , gericht op het achterhalen van de waarheid ongeacht de uitkomst hiervan , is het aan de hand van logische wetmatigheden, open en objectief,  onderzoeken van een onderwerp of een concept. Hetgeen dan als antwoord naar voren komt als antwoord is waar.

Een echte studie kent ook geen grenzen en uitsluitingen van concepten of ideeën aangaande het denken. Het antwoord kan namelijk in principe overal zijn, dus ook buiten vastgestelde onderwerpsgrenzen.

Een studie welke binnen grenzen moet blijven of een studie waarbij sommige antwoorden van te voren al als  onacceptabel gelden of van te voren uitgesloten, foutief  of verboden zijn is geen studie. Een studie waarbij het antwoord al voor aanvang van de studie vaststaat is evenmin een studie omdat dit niet objectief is en uiteindelijk onlogisch zal zijn. Een studie moet gericht zijn op het vinden van antwoorden of het antwoord, wat dit antwoord ook mag zijn. Ook al is dit antwoord confronterend, schokkend, onprettig  of vervelend.

Studies zoals hierboven genoemd leiden niet naar het antwoord ,wat dit ook mag zijn, of waarheid maar zijn de inleiding tot dwaling en uiteindelijk dwaling zelf.

Bijbelstudie

Aan de hand van informatie uit de Bijbel zelf(het oude testament), dus niet afkomstig van externe bronnen, komt na een echte (bijbel) studie , dus gericht op het achterhalen van de objectieve waarheid aan de hand van logische wetmatigheden, echter niet naar voren dat de Bijbel , zoals de christenen dit interpreteren en uitdragen, het woord is van God of van een goddelijk wezen, dus ook niet het exclusieve woord van God of een goddelijk wezen.

Als de bijbel aan de hand van logische wetmatigheden en op een open en objectieve benaderd wordt komt niet naar voren dat dit het exclusieve woord van God is ,of het woord van een godheid is.

De logica (werkend intellect) volgend komt met betrekking tot het oude testament een heel ander antwoord naar voren met betrekking tot de Bijbel en wiens woord het is.

The thinker
De denker – werkend intellect

Het intellect , welke logica toepast, is  overigens volgens de Bijbel,  ook afkomstig van God, aangezien God alles , buiten de uitvindingen van de mens zelf , gemaakt heeft.

Het aanwenden van het intellect (lees het toepassen van logica), zou dus in lijn moeten zijn met God zijn wensen.

Wat is anders de zin van het beschikken over intellect.

 

Het woord van god

Hoe weet men dat de Bijbel het woord van God is? 

Het objectieve antwoord is omdat dit in de Bijbel staat – opgeschreven – . Dat is het objectieve bewijs.

Heeft God of een Godheid dit zelf opgeschreven in een boek met de naam de Bijbel.

Het antwoord hierop is zowel ja als nee.

nee als antwoord:

God heeft het niet persoonlijk, dus eigenhandig via een fysiek eigen lichaam geschreven, in die zin is het antwoord nee.

Ja als antwoord:

Maar ondanks het bovenstaande heeft God uitgaande van hetgeen de bijbel aangeeft  toch de bijbel zelf geschreven. Door God geïnspireerde fysieke mensen hebben namelijk opgeschreven dat de Bijbel het woord van God is.

God heeft dus het bewustzijn van die mensen of overgenomen of heeft deze gepenetreerd en gedachten, en woorden en zinnen voortkomend uit zijn eigen bewustzijn, via het  fysieke lichaam van mensen opgeschreven in een boek met als naam de Bijbel.

Alleen dan is er sprake van inspiratie door een goddelijk wezen, in alle andere gevallen is er slechts sprake van eigen gedachten en meningen van de schrijver(s) zelf.

Om van goddelijke inspiratie te spreken moet er namelijk een vorm van contact of eenwording of vermenging zijn, tussen het bewustzijn van de schrijver en het bewustzijn van het goddelijk wezen anders is er geen sprake van inspiratie door een goddelijk wezen maar nogmaals, slechts van gedachten en beweringen van de schrijver(s) zelf als een onafhankelijk individu.

Het uiteindelijk goede antwoord, voortkomend uit Bijbel en naar aanleiding van hetgeen inspiratie betekend , is dat God de Bijbel in feite, via door God geïnspireerde mensen, uiteindelijk toch zelf geschreven heeft.

Hoe weet men dat de schrijvers van het woord van God, de Bijbel, geïnspireerd waren door God of een goddelijk wezen.

Voortkomend uit de Bijbel is het antwoord; omdat dit in de Bijbel staat – opgeschreven -. Een ander objectief bewijs is er niet.

Met andere woorden, de schrijvers van het oude testament hebben zelf opgeschreven dat zij tijdens het schrijven geïnspireerd waren door God. Zij beweren dat dus zelf, over zichzelf, door dit op te schrijven.

Dit is een voorbeeld daarvan uit de Bijbel, het woord van God;

2 Timoteüs 3:16 – Alles wat God daarin (lees – de bijbel)  heeft laten opschrijven, is nuttig. Het kan de mensen iets leren, hen beschermen tegen verkeerd onderwijs over het geloof en hen opvoeden tot een leven zoals God het wil.

Paulus de apostel -
Paulus de apostel –

Paulus schrijft in een brief aan Timoteüs, dat God hetgeen in de bijbel staat ,heeft laten opschrijven, of anders gezegd Paulus beweerd zelf dat zijn schrijven (of het bijbels schrijven) is bewerkstelligd door God, of nog anders  gezegd Paulus beweerd zelf dat hij en de andere schrijvers onder invloed van god de Bijbelse teksten geschreven hebben.

Paulus geeft in zijn schrijven aan Timoteüs nergens aan waarom , uit de praktijk of via een sluitende theorie, zijn bewering juist en waar is. Hij beweert het alleen , maar een onderbouwing welke deze bewering in absolute zin waar maakt ontbreekt.

Het bewijs komt dus allen voort uit het feit dat hij, Paulus, dit beweerd, door dit op te schrijven.

Een ander bewijs van geïnspireerdheid door God, een God of godheid of een goddelijk wezen, buiten de beweringen van de schrijvers dat dit geval is, is er niet. Er zijn alleen maar hun eigen beweringen dat god hetgeen in de bijbel staat heeft laten opschrijven (via hun), of anders gezegd , dat er sprake is van geïnspireerdheid door God, een god, of een goddelijk wezen, beweren de schrijvers zelf door dit in die bewoordingen op te schrijven.

De bewering dat de bijbel het woord van God is, is volledig hierop gebaseerd.

De bijbel (oude testament) , het woord van – joodse mannelijke – mensen

De geïnspireerdheid van de schrijvers van de Bijbel door God blijkt dus alleen omdat de schrijvers dit hebben opgeschreven, of anders gezegd omdat zij die woorden zelf hebben opgeschreven waardoor wij het terug hebben kunnen lezen.

Dat de Bijbel Gods woord is of zou zijn is dus alleen, het geval, omdat de schrijvers van het oude testament dit hebben opgeschreven en de christenen dit hebben opgenomen in hun heilig boek met de naam, de Bijbel.

Als de bijbel Gods woord is moet logica (werkende intelligentie) ook daarheen leiden. Ook niet christenen zouden in objectieve zin tot die conclusie moeten komen. Als met betrekking tot dit onderwerp echter logica wordt toegepast komt naar voren dat het woord van God in feite het woord van mensen, in deze joodse mannen, is. Nergens is er op basis van logica een verband met een god, god of een goddelijk wezen, buiten de bewering van de schrijvers zelf.

De Bijbel is daardoor en daarom in objectieve zin, niet het woord van God, maar de Bijbel is het woord van de schrijvers van de Bijbel of anders gezegd , de bijbel is wat de schrijvers vinden met betrekking tot het concept van God, een God , de schepping of een goddelijk wezen.

De Bijbel is dus het woord van de schrijvers van het oude testament en niet het woord van God omdat het bewijs van geïnspireerdheid tijdens het schrijven alleen is gebaseerd op het feit dat de schrijvers dit zelf hebben opgeschreven of anders gezegd , zelf beweren met betrekking tot hetgeen zij hebben opgeschreven.

De Bijbel (het oude testament) geeft dus de mening en gedachten, met betrekking tot het menselijk concept van een goddelijk (lees volmaakt ) wezen en alles wat daarmee samenhangt aan, van joodse schrijvers (lees mensen) van ruim tweeduizend jaar terug.

religieuze joodse schrijver
religieuze joodse schrijver

De bijbel is dus niet het woord van god, maar de gedachten, meningen en bespiegelingen met betrekking tot, onder andere een god of een goddelijk wezen , volgens joodse schrijvers .

Omdat deze schrijvers geen goden waren is het oude testament ook mede hierom, dus niet Gods woord.

Waarom vinden christenen dan toch , ondanks hetgeen na toepassing van gezond verstand naar voren komt, dat de bijbel Gods exclusieve woord is? Antwoord:omdat het in de bijbel staat.

De logische uitkomst van het niet gebruiken van het gezond verstand.

uitkomst Bijbelstudie

Er is nergens in de Bijbel (oude testament) , gebaseerd op de bijbel zelf, sprake van een (sluitende) theoretische onderbouwing , inclusief op logica gebaseerde wetmatigheden, waarom hetgeen de schrijvers beweren waar is. De bijbel als Gods woord is alleen waar indien er op subjectieve wijze mee omgegaan word.

Gods woord kan echter niet afhangen van subjectiviteit, het moet in objectieve zin waar zijn. Het moet altijd en overal voor een ieder, zodra gezond verstand (werkend intellect) wordt toegepast leiden naar hetgeen verstaan wordt onder het concept God, namelijk een letterlijk in alles absoluut volmaakt wezen. Zo zouden woorden van – een – God herkend moeten worden als afkomstig van (een) God.

In het geval van het oude testament leidt de oorsprong van het woord van god naar mannelijke joodse schrijvers van tweeduizend jaar terug en hun visie op het concept God en niet naar een Goddelijk wezen. Het verband tussen de joodse schrijvers en God blijkt buiten hun eigen beweringen dat dit het geval is , in objectieve zin, nergens uit. De verklaring dat dit Gods woord is komt dus niet voort uit weten , of anders gezegd ,het aanwenden van het intellect, toch ook een eigenschap van goden of God,  leidt niet tot de conclusie dat de bijbel het woord van God, laat staan het exclusieve woord van God is.

Hetgeen overblijft is dat het oude testament een joods scheppingsverhaal is , zoals alle volkeren scheppingsverhalen hebben of hadden. Een poging van mensen om , in spirituele zin, zichzelf en hun omgeving , te verklaren.

Waarheid omtrent God, of de exclusieve waarheid omtrent God is het, gerelateerd aan hetgeen onder het concept van God verstaan wordt  ,echter niet.

De uitkomst van een echte Bijbelstudie , open, objectief en aan de hand van logica, leidt niet daarheen ,maar alleen naar mannelijke joodse schrijvers van meer dan tweeduizend jaar terug , en hun eigen idee over God, een goddelijk wezen en de daarbij behorende schepping en stopt daar.

Het oude testament is in letterlijke zin dus niet het woord van God of het exclusieve woord van God of een godheid.

Dit betekend niet automatisch dat er in de bijbel (het oude testament) geen woorden verwijzend naar (een) spirituele waarheid staan. Die staan echter ook in andere boeken en geschriften en die zijn ook buiten boeken en geschriften te vinden.

Om dat echter te kunnen bepalen moet kennis met betrekking tot het spirituele, of het leven , of de dood of de mens of God bekend zijn, dit leidt allemaal tot (dezelfde spirituele) waarheid.

Het christendom en de bijbel (oude testament ) zoals dat echter uitgelegd , beleden , begrepen en doorgegeven wordt leidt echter niet naar of tot God, of een Goddelijk wezen ,maar naar hetgeen joodse mannen (de schrijvers) van meer dan tweeduizend jaar terug hieromtrent vonden.

Hetgeen zij vonden is echter nergens voorzien van een objectieve en sluitende onderbouwing waarom dit het woord van God is.

Dat is hetgeen logische wetmatigheden naar voren brengen.

 

Gedachten uit het noorden van het zuiden.

Question everything until there are no more questions left. what remains is truth, as in the truth.

The secrets of the universe
The secrets of the universe